Start


verliefde-jongens.nl (VJ) is online voor homoseksuele jongeren tot en met 26 jaar. (Ook hetero's zijn uiteraard van harte welkom!)

Met onze website willen wij kinderen en jongeren, die ontdekken dat ze eventueel homoseksuele gevoelens hebben, helpen zich een weg te vinden in de verdere ontwikkelingen van hun gevoelens.

Bij ons kun je antwoorden vinden op veel van je vragen die te maken hebben met homoseksualiteit (ook voor ouders en verzorgers). Verder bieden we je de gelegenheid om met leeftijdsgenoten in contact te komen en eventuele ervaringen uit te wisselen. Je komt er achter dat je echt niet alleen bent.

We wensen je veel plezier bij het bezoeken van onze website.


VJ fotopagina 130

28-11-2018 | Er is weer een nieuwe fotopagina online. Op de fotopagina van VJ vind je leuke jongens. Neem snel een kijkje.


Lhbt'ers ervaren nog vaak pestgedrag en onveiligheid

21-11-2018 | Hoewel lhbt'ers sinds vijf jaar minder te maken krijgen met respectloos gedrag, zoals roddelen of vervelende opmerkingen, ervoeren lesbische, homo- en biseksuele mensen en transgenders in 2017 nog vaak pestgedrag en gevoelens van onveiligheid.

Vooral transgenders hebben het moeilijk, blijkt uit een woensdag verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Het SCP deed onderzoek naar de leefsituatie van lhbt'ers op het gebied van veiligheid, gezondheid en werk tussen 2012 en 2017. Een van de bevindingen is dat lesbische en homoseksuele personen niet vaker met geweld in aanraking komen dan heteroseksuele mensen.

Het is onduidelijk waardoor de situatie van lesbiennes en homoseksuelen is verbeterd. Mogelijk worden deze groepen meer geaccepteerd of hebben zij hun gedrag aangepast.

'Veel homo's lopen niet meer hand in hand uit angst'
Dat is ook wat voorzitter Tanja Ineke van homobelangenorganisatie COC vermoedt. "Deze cijfers druisen in tegen alle signalen die wij krijgen", stelde zij op NPO Radio 1. "Veel mannen lopen niet meer hand in hand om te voorkomen dat zij agressie kunnen uitlokken. Dan zijn zij inderdaad minder goed herkenbaar als homoseksueel."

Bovendien wijst zij erop dat in de cijfers niet scheldpartijen en intimidatie meegerekend. "Zolang de rechtbank een woord als 'kankerflikker' nog als niet-homofoob taalgebruik accepteert, zoals onlangs in de zaak in Dordrecht gebeurde, snap ik dat lhbt's zich niet veilig voelen in Nederland."

Het aantal biseksuelen dat met geweld te maken krijgt, is de laatste vijf jaar gelijk gebleven. In 2017 ervoeren zij bovendien vaker gewelddadige situaties dan heteroseksuele personen.

Wel vaker onveilig gevoel op straat
In vergelijking met hetero's voelden relatief meer lhb'ers zich in 2017 onveilig in hun dagelijkse leven. Ook worden ze eerder slachtoffer van cyberpesten en kampen ze vaker met psychische problemen dan hetero's.

Zo ervoer 30 procent van de groep lesbiennes, homo- en biseksuelen en 24 procent van de heteroseksuelen respectloos gedrag op straat door onbekenden. Lhb'ers voelen zich vaker onveilig in bijvoorbeeld uitgaansgelegenheden en plekken met hangjongeren.

"Waar bijvoorbeeld 33 procent van de heteroseksuele personen zich tijdens het uitgaan onveilig voelt, geldt dat voor 37 procent van de biseksuele en 43 procent van de lesbische en homoseksuele personen", aldus het SCP.

Op het werk gaat het ook niet altijd goed. Zo hebben lhb'ers vaker conflicten en krijgen ze meer te maken met negatieve bejegening. "Daarnaast hebben lhb'ers ook meer burn-outklachten en zijn zij minder tevreden met hun werk", concludeert het planbureau.

Transgenders ervaren meer pestgedrag dan lhb's
Transgenders hebben het het moeilijkst. Ze vallen vaker in de lage inkomensgroepen, hebben schulden, minder vaak vermogen, wonen in een huurwoning en hebben vaker een uitkering.

Zo'n 20 procent van de jongere transgenders wordt gepest. Onder niet-transgender jongeren is het aandeel 10 procent.

Zij hebben ook relatief meer te maken gehad met verwaarlozing en mishandeling thuis, zoals onvoldoende steun, achterstelling, bedreiging en geweld.

Homoseksuele voetbalsupporters willen einde aan negatieve spreekkoren
Een groep jonge homoseksuele voetbalsupporters stuurde dinsdag een brandbrief naar voetbalbond KNVB en alle Eredivisie-clubs, omdat zij zich structureel buitengesloten voelen in stadions. "We mogen allemaal komen, kunnen meedoen en op het eerste gezicht horen we erbij", schrijven ze. "Toch is dit regelmatig niet het geval. Er gaat geen stadionbezoek voorbij zonder dat onze geaardheid in negatieve zin voorbij komt."

De Lhbt'ers ervaren scheldkoren waarin de woorden "homo" en "flikker" voorkomen als zeer kwetsend. "Keer op keer worden we ermee geconfronteerd", schrijven zij. "Hoewel dit hoogstwaarschijnlijk niet op ons persoonlijk gericht is en onze geaardheid er wellicht zelfs los van staat, geven deze opmerkingen ons het gevoel dat we minder zijn, er niet toe doen." Zij wijzen op het opvallend hogere aantal zelfmoorden onder jonge homo's dan onder hetero's.

KNVB juicht diversiteit toe: 'Voetbal is voor iedereen'
De homoseksuele supporters erkennen dat de KNVB en de clubs de afgelopen jaren pogingen hebben gedaan om dit te veranderen. "Maar het gaat te langzaam", vinden zij. Ze roepen op tot een actieplan en een gesprek met de KNVB en de clubs om het probleem aan te pakken.

De KNVB laat weten de initiatiefnemers te hebben uitgenodigd voor een gesprek. "We herkennen de problemen en juichen elke vorm van diversiteit toe", stelt een zegsman. "Voetbal is voor iedereen. Niemand moet zich buitengesloten voelen in de stadions."

'Homofobe grappen in Voetbal Inside staan symbool voor probleem'
p Twitter melden de initiatiefnemers van de brandbrief dat zij ook problemen hebben met de "homofobe grappen" van de analisten van het programma Voetbal Inside. "Deze reacties staan symbool voor het probleem", stellen zij. "Zo werkt een voorbeeldfunctie. Tijd dat Wilfred Genee en de rest daar bewust van worden."

Johan Derksen en René van der Gijp kregen in het verleden vaker kritiek, omdat zij volgens critici homofobe, racistische en seksitische opmerkingen hebben gemaakt.

Bron: www.nu.nl


VJ fotopagina 129

28-10-2018 | Er is weer een nieuwe fotopagina online. Op de fotopagina van VJ vind je leuke jongens. Neem snel een kijkje.


Coming Out Dag 2018

11-10-2018 | Op donderdag 11 oktober is het Coming Out Dag en voor het eerst wordt op die dag op alle provinciehuizen de Regenboogvlag gehesen! Veel gemeenten doen dat ook en organiseren (vaak samen met COC-verenigingen) activiteiten. Ook scholen, sportclubs, maatschappelijke organisaties, bedrijven, politiebureaus en ministeries doen mee.

Op Coming Out Dag wordt benadrukt dat iedereen het hele jaar door zichzelf moet kunnen zijn. Coming Out Dag is op Twitter te volgen via #regenboogvlag2018 en #comingoutdag2018.

Regenboogvlag
Iedereen moet zichzelf kunnen zijn, zich geaccepteerd en (sociaal) veilig voelen. Op school, op straat, op het werk, in de zorg, in de sport, in de eigen sociale kring of waar dan ook. De Regenboogvlag symboliseert dit voor LHBTI’s. De vlaggen worden gehesen om deze boodschap gezamenlijk kracht bij te zetten. Een zichtbare aanmoediging van de gemeenten voor LHBTI-inwoners zelf, maar ook voor alle inwoners en organisaties om zich daarvoor in te zetten.

Het hele jaar door
De boodschap van Coming Out Dag geldt het hele jaar. In 2009 riep op initiatief van het COC de toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ronald Plasterk de datum 11 oktober uit tot Nationale Coming Out Dag, om daarmee de sociale acceptatie van LHBTI’s te bevorderen.

Al sinds 2008 heeft een aantal zogenaamde Regenbooggemeenten afspraken met de rijksoverheid over inzet op veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie. Coming Out Dag is aanleiding voor een zichtbaar gezamenlijk statement van locale bestuurders, die zich daarmee ambassadeurs tonen voor verbetering van de positive van LHBTI-medeburgers.

Coming Out Dag-activiteiten
Ook dit jaar zijn er rondom de Coming Out Dag veel activiteiten – zie HIER voor een overzicht (work in progress).

Een van de hoogtepunten van de Coming Out Dag dit jaar is de introductie van de speciale GSA-Regenboogvlag – een regenboogvlag met het logo van COC’s Gender and Sexuality Alliance. Die vlag kan voortaan gebruikt worden op alle scholen die een GSA hebben.

Verder valt op dat er steeds vaker activiteiten in de week van de Coming Out Dag georganiseerd worden. Zo zijn is er een Regenboogweek in de provincie Drenthe en de regio Twente, zijn er Coming Out Weken in Lelystad en Woerden en organiseert Amersfoort een Coming Out Weekend. In Nijmegen wordt in de aanloop naar Coming Out Dag het Qtopia Queer Arts Festival georganiseerd.

In Utrecht grijpt COC Midden-Nederland Coming Out Dag aan voor de presentatie van de Regenboogmonitor. Dat is de voortgangsrapportage van de lokale Regenboog Stembusakkoorden die rond de gemeenteraadsverkiezingen in 26 gemeenten in de provincie Utrecht gesloten werden.

Bron: www.coc.nl


Watch Nederland - Aandacht voor jongensslachtoffers

13-01-2018 | Meisjes hebben hulp nodig, jongens redden zich wel. Dit oude denken maakt dat de focus in Nederland de afgelopen decennia heeft gelegen op de meisjesslachtoffers van gedwongen prostitutie. Gevolg: te weinig kennis over jongens die in handen vallen van een mensenhandelaar en onkunde in hoe we hen kunnen helpen. Tijd voor verandering.

‘Het is heel treurig, maar wat er over jongensprostitutie te vinden was, was gebaseerd op één enkele casus’, vertelt Daniëlle van Went, zorgcoördinator mensenhandel en (jeugd)prostitutie van het expertisecentrum mensenhandel Lumens in Brabant. In opdracht van meerdere partijen doet Van Went onderzoek naar jongensprostitutie in Nederland. Haar missie: de doelgroep in beeld brengen en beoordelen of er in Nederland passend zorgaanbod is voor deze slachtoffers.

Van Went stak het afgelopen jaar veel energie in online contact, via chatboxen en websites gericht op homoseksuelen. Daar liet ze weten wie ze was en dat ze graag in gesprek wilde. Van Went: ‘Ik kreeg heel veel afwijzingen, maar er waren ook jongens die wél wilden praten. En ik kreeg tips: je zou eens op die plek moeten gaan kijken. Dat ben ik gaan doen. Ik ben het hele land afgereisd om gesprekken te voeren en om de aangegeven plekken te bezoeken, van café tot straathoek tot homo-ontmoetingsplekken in het bos.’ Uiteindelijk sprak Van Went zo’n vijftig jongens die zichzelf (gedwongen) prostitueerden. Slechts een fractie van het werkelijke aantal, vermoedt ze. ‘Ik ben bang dat het een heel grote groep is, maar hoe groot weet niemand. Er is nog zo veel onder de oppervlakte, ook vanwege al die taboes die er rondom dit onderwerp spelen (zie kader, red.). Bijna iedere betrokkene is erbij gebaat om deze foute wereld verborgen te houden. Dat vind ik nog het meest enge. Je weet niet tegen wie je het opneemt, omdat iedereen elkaar afschermt. Het is zo schimmig. Ik heb er rondgelopen, op die vieze bosplekken langs tankstations, tussen de condooms en tissues door, over de ingesleten paadjes naar dichte bebossing. En dan zie je daar een man lopen met een jongetje, duidelijk geen vader en zoon. Als je dan gaat rondvragen wordt er alleen maar gelachen. Niemand zegt iets. De slachtoffers zelf zijn ook goed geïnstrueerd. Wanneer je ze vraagt wat ze daar in die bosjes doen, zeggen ze dat ze gewoon een rondje aan het lopen zijn.’

Frank Noteboom van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel wil dit jaar van gedwongen jongensprostitutie een speerpunt maken. Hij noemt hierbij ook de verantwoordelijkheid van de klant als een belangrijke sleutel tot het ontsluiten van kennis. ‘Het gaat vaak ook gewoon om huisvaders die niet in de openbaarheid willen brengen dat ze seks met jongens hebben, zelfs al wéten ze dat er uitbuiting plaatsvindt. Zij willen koste wat het kost dat het uit de openbaarheid blijft. Het is echter belangrijk dat zij deze misstanden gaan melden, bijvoorbeeld anoniem.’

Sugardaddy
Tijdens haar onderzoek naar jongensprostitutie heeft Van Went weinig gemene delers kunnen ontdekken als het gaat om de slachtoffers. ‘Vanuit de literatuur dacht ik altijd dat het vaak om buitenlandse jongens gaat, maar in de praktijk zie ik dat niet terug. Zelfs niet dat ze uit een bepaald milieu komen.’ Ook de manier waarop jongens in de (gedwongen) prostitutie terechtkomen wisselt. ‘Er zijn er die iemand pijpen voor een tientje en een pakje shag’, weet Van Went. ‘Dat doen ze dan een paar keer omdat het makkelijk is en voor ze het weten raken ze verstrikt in de prostitutie. Maar ik hoor ook verhalen van jongens die door hun zogenaamde vriendje in het werk zijn gebracht onder het mom van: samen verdienen we meer. Tja, en dan gaat die “relatie” uit, maar zit zo’n jongen wel midden in een prostitutienetwerk.’

Noteboom noemt ook de sugardaddy-constructies. ‘Jonge jongens die worstelen met hun seksuele identiteit gaan vaak via internet op zoek naar informatie en contacten. Deze jongens worden soms ook gecontacteerd door oudere mannen die hen ‘wegwijs’ maken in het wereldje. Zo’n man neemt dan zo’n jongen onder zijn hoede, isoleert hem, verstrekt in sommige gevallen financiële middelen en leent de jongen, vrijwillig of onvrijwillig, uit aan vrienden dan wel klanten. Dit is niet alleen gericht op geld, maar kan ook gericht zijn op het verhogen van de status van de oudere man binnen de gemeenschap.’
Het is overigens een fabel dat alleen homo- en biseksuele jongens in de prostitutie zitten, benadrukt Noteboom. ‘Het gaat ook vaak genoeg om heterojongens die bijvoorbeeld onder druk worden gezet met seksueel expliciet materiaal of in de schulden zitten en/of verslaafd zijn. Denk bijvoorbeeld aan jongeren die dak- en thuisloos zijn, een groeiende groep in Nederland. Hoe komen zij aan hun geld? En de transgenders. Bij uitstek een groep die te maken heeft met dwang en geweld en waar nog heel weinig over bekend is, terwijl we weten dat ze actief zijn in legale en illegale prostitutie.’

De enige gemene deler die Van Went ontdekte is meteen een heel schokkende: de leeftijd van de jongens. Schrikbarend jong. Van Went: ‘Als ik online zo’n chat binnenstap, krijg ik bijna onmiddellijk de vraag hoe oud ik ze wil hebben. “Ik kan leveren van tien tot zeventien jaar”, wordt er dan gezegd. Er zijn dus mensen die toegang hebben tot deze jonge kinderen. En er is een markt voor: “Papa zoekt zoon” lees ik in de online advertentieteksten. Ik heb jongens van dertien, veertien jaar gesproken die seks moesten hebben met volwassen mannen. Niemand zei ooit tegen hen dat ze te jong waren. Het is treurig dat zo weinig mensen hun verantwoordelijkheid nemen.’

Dreiging en geweld
Uit het wereldje van jongensprostitutie stappen is lastig, zeggen Noteboom en Van Went. Noteboom: ‘We weten dat dit fenomeen met veel dreiging gepaard kan gaan, bijvoorbeeld door ze te chanteren met seksueel expliciet materiaal.’ Een ander groot probleem is dat veel jongens zichzelf niet als slachtoffer zien. Van Went: ‘Het wereldje is klein, iedereen kent elkaar. Er is altijd controle, van alle kanten. Maar de slachtoffers zelf zeggen ook – en dat vind ik nog het meest schrijnend: wie ziet ons nu als slachtoffer? Meisjes zijn slachtoffers, jongens niet. Ze voelen zich niet erkend, denken dat niemand zich om hen bekommert. Daarnaast geven ze zichzelf vaak de schuld van de situatie, omdat ze in eerste instantie meestal zelf hebben toegestemd. Alles bij elkaar maakt dat ze niet met hun verhaal naar buiten komen. Ze leven in een verborgen wereld, psychisch hebben ze het enorm zwaar. Ze zijn bang, schamen zich, gaan twijfelen aan hun eigen geaardheid en gebruiken in veel gevallen drugs om hun ‘werk’ te kunnen doen: “Ik neem het middel in en ga op mijn buik liggen tot het klaar is” – hoe vaak ik dat niet gehoord heb… Het geld dat ze verdienen hebben ze weer nodig om nieuwe drugs te kopen; ook weer zo’n vicieuze cirkel waar ze maar moeilijk uit komen.’ Sommige jongens weten eruit te komen door zelf te gaan ronselen, vertelt de onderzoekster, anderen die ermee stoppen worden ernstig bedreigd en vaak nog tijdenlang benaderd.

Maar het ligt niet alleen bij de jongens zelf. Ook de hulpverlening hapert. Van Went: ‘Nu hoor ik nog vaak: “Ik meld me en dan?” Er gebeurt te weinig. Het ontbreekt ons in Nederland aan een laagdrempelig en effectief hulpaanbod voor deze jongens. Pas als we dat hebben, zullen deze jongens zich gaan melden.’ ‘We moeten kennis en expertise rondom deze groep slachtoffers ontwikkelen’, beaamt Noteboom. ‘Met een kopie van de aanpak van loverboyproblematiek bij meiden ben je er niet. Het gaat hier om een heel andere groep, met eigen problemen en noden. We moeten een andere bril opzetten, ook richting de jongens zelf. We dichten ze nu nog veel te veel empowerment toe. Het wordt tijd dat we ze gaan zien als jongens die hulp nodig hebben, als slachtoffers.’

‘Een andere bril én een andere aanpak’, zegt Van Went: ‘Hulpverleners moeten het veld in. Van die stoel af en gáán. Anders bereik je deze jongens niet. Online moet je weten waar te zijn, want daar worden de seksafspraken veelal gemaakt, maar de uiteindelijke seks wordt in de werkelijke wereld bedreven. We moeten op zoek naar de plekken waar de uitbuiting plaatsvindt, zoals homo-ontmoetingsplekken, bosplekken langs tankstations en noem maar op. Als hulpverlener moet je contact maken met slachtoffers. Jongens die uit dit wereldje willen stappen, moeten kunnen praten met iemand die kennis van zaken heeft. Iemand die hen beschermt. En ja, die benadering kost tijd. Voordat je überhaupt het vertrouwen hebt gewonnen van zo’n jongen ben je een halfjaar verder. Het geldt hier op alle fronten: als we een verandering teweeg willen brengen, moeten we investeren, investeren, investeren.’

Jongensprostitutie: omgeven door taboes
Gedwongen jongensprostitutie is omgeven door een mix van grote taboes. Deze taboes zorgen ervoor dat slechts weinigen (zowel slachtoffers als klanten) erover durven te praten:

– Homoseksualiteit
– Slachtofferschap jongens
– Seks voor geld
– Als heterojongen seks hebben met mannen
– Als huisvader seks hebben met jongens
– Perversiteit bekend binnen deze scene (vastbinden, groepsseks, seks met dieren)
– Slachtoffers met islamitische achtergrond, cultuurtaboe

Meer informatie en bron: www.watchnederland.nl


Landelijke campagne moet taboe op depressie wegnemen

29-09-2016 | Maar liefst 1 op de 20 Nederlanders worstelen elk jaar met een depressie. Het is in Nederland de meest voorkomende reden voor ziekteverzuim. Toch is depressie niet of nauwelijks een onderwerp van gesprek. Mensen weten er weinig van, vinden het lastig om er op te reageren en weten niet hoe ze iemand met een depressie kunnen helpen. Dat moet anders. Daarom start minister Edith Schippers (VWS) morgen een landelijke publiekscampagne om depressie bespreekbaar te maken en de kennis erover te vergroten. Morgen geeft Schippers samen met de voorzitter van de Mental Health Foundation, Bram Bakker en met medewerking van Mike Boddé in Bussum het officiële startsein. De campagne zal meerdere jaren duren.

Minister Edith Schippers: “We willen en moeten mensen met een depressie helpen. Maar veel mensen herkennen een depressie niet. Bij zichzelf niet en ook niet bij een ander. Over psychische problemen praten is voor veel mensen ook moeilijk. Terwijl dat cruciaal is. En het is vaak de eerste stap naar hulp”.

Doelgroep
De campagne die onder meer samen met de Mental Health Foundation is ontwikkeld, richt zich op het algemene publiek. Dit gebeurt door middel van landelijke tv-spotjes en acties op social media met de slogan ‘Herken de signalen en praat erover’. Daarnaast focust de campagne in het eerste jaar nadrukkelijk op jongeren (13-18 jaar) en jonge vrouwen (18-35 jaar). De statistieken laten namelijk zien dat jongeren en (jonge) vrouwen tot de groepen behoren waarbij depressies veel vaker voor komen.

Website
Op de website www.omgaanmetdepressie.nl kunnen mensen meer informatie over depressie en de campagne vinden. Ook kan men daar terecht voor tips om depressie te voorkomen. Voor meer specifieke (hulp)vragen over depressie kan men contact opnemen met organisaties die bij de website zijn aangesloten.

Bron: rijksoverheid.nl


wat is sexting?

17-02-2016 | Sexting is een begrip dat nog niet zo lang gebruikt wordt. De term sexting is een combinatie van de Engelse woorden 'sex' (seks) en 'texting' (sms'jes verzenden). Sexting is het verzenden (en ontvangen) van seksueel getinte beelden of tekstberichten door middel van een mobiele telefoon of internetapplicaties zoals WhatsApp, Facebook, YouTube, Instagram en Twitter. De risico's van sexting zijn letterlijk grenzeloos.

Sexting is spannend, leuk en gevaarlijk tegelijk
Als sexting beelden door anderen verspreid worden zijn de gevolgen niet te overzien. Precies op dit punt ontstaat de problematiek rondom sexting. Zolang de beelden binnen een gelijkwaardige relatie uitgewisseld worden en daar blijven, lopen verzender en ontvanger weinig risico en kan het zelfs ervaren worden als een meerwaarde voor de relatie. Het wordt een ander verhaal als die sexy foto of dat pikante filmpje van jou door anderen verspreid wordt via social media. Waarschijnlijk is dit beeldmateriaal in vertrouwen verstuurd en zonder toestemming openbaar gemaakt. Degene die te zien is op de sexting beelden verliest er de controle over. Dit kan grote gevolgen hebben. Denk maar aan (cyber)pesten, ernstig persoonlijk leed, schooluitval, schaamte, problemen bij het vinden van een baan, angst, onzekerheid en in sommige gevallen neiging tot zelfdoding. Daarnaast verkeer je als geportretteerde in een chantabele positie wat je nog kwetsbaarder maakt.

Versturen en verspreiden van sexting beelden
Voordat we massaal gebruik maakten van smartphones, werden vooral seksueel getinte tekstberichtjes verstuurd. Maar nu in 2014 zijn sexy foto's of filmpjes vaak onderdeel van sexting. De opkomst van de smartphone maakt het makkelijk om sexy beelden te verzenden en ontvangen. Naast de smartphone worden computers en laptops ook vaak gebruikt, om sexy beelden te maken en te versturen. Dat versturen gaat dan via allerlei internetapplicaties (apps). Een voorbeeld van internetapplicaties die gebruikt worden zijn smartphone apps zoals WhatsApp, Ping en Tinder of sociale netwerksites zoals Facebook, YouTube, Instagram en Twitter. Ook het hebben van 'virtuele seks' via bijvoorbeeld Skype valt onder de term sexting. Deze optelsom kan samengevat worden onder de term social media, wat een verzamelnaam is voor internettoepassingen waarmee informatie uitgewisseld kan worden.

Jongeren en social media
Social media is erg belangrijk voor jongeren. Zo benoemt Prof. Dr. Leo Van Audenhove, Directeur Mediawijs.be, het belang van social media voor jongeren. Via social media communiceren ze, kunnen ze zich op een creatieve wijze uitdrukken en ontwikkelen ze hiermee een eigen online- en offline- identiteit. 'Het heeft weinig zin hier een verbiedende houding aan te nemen. Omgaan met sociale media leert jongeren immers op een speelse wijze omspringen met media in de brede zin van het woord. Bovendien werken ze op deze manier aan ruimere computer- en mediacompetenties die ze nodig hebben in hun opleiding, hun beroepstraject en hun sociale leven' (Walrave & Van Ouytsel, 2014, p.6). Begeleiding van jongeren door docenten, ouders, jeugdwerkers en andere opvoeders bij het ontdekken en gebruiken van social media is belangrijk. Zij hebben een belangrijke taak om jongeren mediawijs te maken.

Bron: www.onuitwisbaar.nu