Start


verliefde-jongens.nl (VJ) is online voor homoseksuele jongeren tot en met 26 jaar. (Ook hetero's zijn uiteraard van harte welkom!)

Met onze website willen wij kinderen en jongeren, die ontdekken dat ze eventueel homoseksuele gevoelens hebben, helpen zich een weg te vinden in de verdere ontwikkelingen van hun gevoelens.

Bij ons kun je antwoorden vinden op veel van je vragen die te maken hebben met homoseksualiteit (ook voor ouders en verzorgers). Verder bieden we je de gelegenheid om met leeftijdsgenoten in contact te komen en eventuele ervaringen uit te wisselen. Je komt er achter dat je echt niet alleen bent.

We wensen je veel plezier bij het bezoeken van onze website.


www.verliefde-jongens.nl


Nieuwe campagne: praat erover als je twijfelt over je geaardheid

11-10-2019 | Staatssecretaris Blokhuis wil dat het makkelijker wordt voor jongeren om over hun seksuele geaardheid te praten. Vandaag is het Coming Out Dag en Blokhuis grijpt die dag aan om een campagne te lanceren om het onderwerp "beter bespreekbaar" te maken. Volgens de staatssecretaris denken jongeren die het gevoel hebben dat ze homo, lesbisch, bi, non-binair of transgender zijn vier tot vijf keer vaker over suïcide dan hun heteroseksuele leeftijdgenoten.

"Door over je zoektocht en onzekerheden te praten bij het ontdekken van je seksuele oriëntatie kunnen we levens redden", vindt Blokhuis. In de campagne worden jongeren onder de hashtag #kweetnie bereikt met de boodschap dat het niet erg is om te twijfelen. Ook vertellen bekende influencers hun verhaal.

Verder is de website www.iedereenisanders.nl vernieuwd. Die site biedt begrip en geeft feitelijke informatie, ook voor ouders. Ook zijn er verhalen te lezen van andere lhbti'ers. Staatssecretaris Blokhuis zei in het NOS Radio 1 Journaal dat hij geregeld jongeren uit bijvoorbeeld streng gelovige islamitische of christelijke gezinnen spreekt die veel moeite hebben om hun verhaal te vertellen: "Het ongeluk druipt van de gezichten af, dat gun je niemand. Ik wil een ambassadeur zijn voor deze jongeren en ik wil ze een hart onder de riem steken".

Op Coming Out Dag zijn er diverse acties. Zo hijsen ministeries, gemeenten en provincies de regenboogvlag en zebrapaden worden "regenboogpad''. De dag is bedoeld om te laten zien dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn, ongeacht seksuele geaardheid.

Heb jij hulp nodig?
Dan kun je contact opnemen met Stichting 113 Zelfmoordpreventie via 0900 0113 (24/7 bereikbaar) en www.113.nl.


Bron: www.nos.nl


VJ fotopagina 140

21-09-2019 | Er is een nieuwe fotopagina online. Neem snel een kijkje.


VJ fotopagina 139

24-08-2019 | Er is een nieuwe fotopagina online. Neem snel een kijkje.


Lhbti-acceptatie in Nederland: We zijn er nog lang niet

02-08-2019 | Amsterdam maakt zich zaterdag weer op voor honderdduizenden toeschouwers. Uitgedost in regenboogtenue staan ze aan de grachten voor de Canal Parade. Het evenement, waar de lhbti-gemeenschap zich laat zien aan de stad, wordt steeds populairder. Maar hoe verhoudt zich dat tot de samenleving?

"Het is de afgelopen jaren steeds drukker geworden", vertelt Frits Huffnagel, die nu voor het zesde jaar voorzitter is van de Pride. Niet alleen het aantal bezoekers stijgt, ook willen steeds meer bedrijven, verenigingen en organisaties meevaren met de botenparade.

Huffnagel vindt het een goede ontwikkeling dat steeds meer partijen hun namen willen verbinden aan de Pride. Zo vaart er dit jaar voor het eerst een boot mee waarop de politieke partijen D66, VVD, CDA, SP en PvdA samen vertegenwoordigd zijn.

Ook zijn er dit jaar zestien sportbonden vertegenwoordigd op een gezamenlijke boot, versierd met banners waarop staat: Sporten doe je Samen. Vorig jaar voeren er maar vier sportbonden mee. "Doordat deze bonden zich verbinden aan de Pride geven ze een belangrijke boodschap af aan verenigingen door het hele land", aldus Huffnagel. "Als je bij ons komt sporten mag je jezelf zijn".

Maar COC-woordvoerder Philip Tijsma vindt dat er in Nederland op sportgebied nog het nodige te doen is. Zo zijn maar enkele Nederlandse topvoetballers uit de kast gekomen, zoals oud-profvoetballer John de Bever. "Ook wordt er op clubs nog steeds veel gescholden met het woord 'homo'."

De groeiende aandacht voor de Pride lijkt dus enig effect te hebben op de samenleving. Maar hoe staat de lhbti-acceptatie er eigenlijk voor in Nederland?

'Andere landen zijn ons voorbijgestreefd'
Remember the past, create the future is het thema van Pride 2019. Er wordt stilgestaan bij de Stonewall-rellen die vijftig jaar geleden in New York uitbraken. Bezoekers van de homobar The Stonewall Inn, onder wie homoseksuele mannen, lesbische vrouwen, transvrouwen en travestieten, besloten terug te vechten na een inval door de politie.

De rellen vormen volgens de stichting Amsterdam Gay Pride een scheidslijn in de geschiedenis van de lhbti-beweging. Een jaar later, in 1970, werd in de Amerikaanse stad de eerste Pride Parade ter wereld gehouden.

Het 'tolerante' Nederland profileert zich in de jaren die volgen snel als voorloper op het gebied van homoacceptatie. Dit is te zien aan de lange traditie van homo-organisaties, zoals het huidige COC dat al in 1946 werd opgericht en vanaf de jaren zeventig officiële erkenning krijgt als vereniging. Ook stelt Nederland in 2001 als eerste land ter wereld het huwelijk open voor mensen van hetzelfde geslacht.

"Na de legalisatie van het homohuwelijk is Nederland lui geworden", stelt COC-voorzitter Astrid Oosenbrug deze week in de Volkskrant. We waren koploper en zijn nu teruggezakt naar het peloton. Ik wil terug naar die kopgroep."

"We zijn natuurlijk niet helemaal ingeslapen, maar het zit hem er vooral in dat andere landen ons voorbij zijn gestreefd", legt woordvoerder Tijsma van het COC verder uit. In de Rainbow Europe-index van ILGA Europe staat Nederland dan ook niet meer in de top tien. In deze index wordt gekeken naar het aantal rechten voor lhbti'ers. In Nederland zijn onder andere de rechten van transpersonen en intersekse personen nog niet goed geregeld. Zo bestaat er geen expliciet verbod op discriminatie van deze groepen.

Malta voert nu de lijst aan. "Malta heeft bijvoorbeeld dingen voor transpersonen goed geregeld en het ook nog eens heel snel mogelijk gemaakt om een x in je paspoort te laten zetten", vertelt Tijsma.

Lhbti-acceptatie in Nederland: We zijn er nog lang niet

Positiever beeld over homoseksualiteit, transpersonen hebben het moeilijk
Ondanks dat Nederland slecht scoort op het gebied van wetgeving, benadrukt Tijsma dat Nederland voor lhbti'ers relatief gezien natuurlijk een fijn land is om te wonen. Dat blijkt ook uit onderzoek van het SCP waarin geconcludeerd wordt dat Nederlanders steeds positiever denken over homoseksualiteit. Zo stond in 2017 ongeveer twee derde van de Nederlanders hier positief tegenover; in 2006 was dit slechts iets meer dan de helft.

Daarentegen gaat het nog niet op alle gebieden even goed. Zo staan vooral de transpersonen onder druk. Ondanks dat het aantal Nederlanders dat hier positief over denkt de afgelopen jaren steeg, lag dit percentage in 2017 maar op 57 procent.

Zij ervaren volgens het SCP ook het vaakst gevoelens van onveiligheid en pestgedrag. Zo'n 20 procent van de jongere transpersonen wordt gepest. Onder de overige jongere personen is dit 10 procent.

Daarnaast hebben Nederlanders relatief nog steeds moeite met twee zoenende mannen of vrouwen in een openbare ruimte. Respectievelijk heeft 29 en 20 procent hier problemen mee. Al nemen deze percentages de laatste jaren wel af.

'Ik pas mijn gedrag aan uit angst voor geweld'
Uit het onderzoek van het SCP is niet gebleken waardoor het beeld van homoseksualiteit is verbeterd. De groepen kunnen daadwerkelijk meer geaccepteerd worden, maar er kan volgens het COC ook iets anders aan de hand zijn.

Volgens cijfers van het SCP past 60 procent van de lhbti'ers in Nederland het gedrag aan, uit angst met geweld te maken te krijgen. Ook blijft het aantal aangiftes van discriminatie in Nederland achter bij andere Europese landen. "Zo wordt in Engeland en Wales twintig keer vaker aangifte gedaan dan in Nederland, terwijl de bevolking drie keer zo groot is", vertelt Tijsma.

Uit een rapport van het onafhankelijke landelijk kennisinstituut Movisie blijkt verder dat 70 procent van de lhbti'ers nog steeds te maken krijgt met verbaal of fysiek geweld. Deze personen worden uitgescholden, geduwd, bespuugd of mishandeld om wie ze zijn.

"We schatten dat er ongeveer een miljoen lhbti'ers wonen in Nederland, maar er wordt per jaar maar vijftienhonderd keer aangifte gedaan", gaat Tijsma verder.

Komt het juiste publiek wel af op de Pride?
Volgens Tijsma is het belangrijk dat ook mensen die niet tot de lhbti-gemeenschap behoren naar de Pride komen. "Je wilt juist dat mensen die hun bedenkingen hebben dit zien. Voor het bewerkstelligen van emancipatie is zichtbaarheid nodig. Bekend maakt bemind zou ik bijna zeggen. Maar ze moeten wel respect hebben voor de parade".

Huffnagel vertelt dat dit vorig jaar niet het geval was. "Er lagen te veel andere boten in de Prinsengracht, wat de doorstroom van de parade belemmerde. Als je als toeschouwer op een van deze bootjes wilde staan, moest je entreegeld betalen. Zulke mensen zijn er niet om de juiste reden, maar willen er gewoon aan verdienen."

"Daarnaast was er ook nog eens overal harde muziek te horen. Soms zo hard dat de muziek vanaf de botenparade niet meer te horen was. Je merkt dus dat er ander publiek op afkomt. Publiek waarvan wij denken: die zijn hier om de verkeerde reden. Zo werd een boot van de parade, waarop dragartiesten in vol ornaat stonden - met een dure pruik en na drie uur lang in de schmink te hebben gezeten - natgespoten met waterpistolen", gaat Huffnagel verder.

Dit jaar is dan ook de vaarroute van de parade benoemd tot evenemententerrein. Ook moeten boten aan de kades in het bezit zijn van vignetten, die ze van te voren konden aanvragen. Als ze deze niet bezitten, worden ze weggesleept. Zo hoopt Huffnagel de commercie in de ban te doen.

De Pride draait om jezelf kunnen zijn en dit te tonen aan de wereld. "De boodschap die we willen uitdragen is: 'Zijn wie je bent en houden van wie je wilt'", zegt Huffnagel.

Bron: www.nu.nl/Sjors Dulk en Priscilla Slomp


VJ fotopagina 138

27-07-2019 | Er is een nieuwe fotopagina online. Neem snel een kijkje.


Vanaf 1 juli 2019 mag het écht niet meer: appen op de fiets

29-06-2019 | Wie vanaf maandag fietst met zijn of haar telefoon in de hand, kan een boete krijgen van 95 euro. Dat was al verschillende keren aangekondigd en minister Van Nieuwenhuizen is nu een campagne begonnen om het verbod nog eens extra onder de aandacht te brengen.

Het was al verboden om te appen en te bellen voor automobilisten en veel andere verkeersdeelnemers. Op 1 juli komen daar dus fietsers bij. Van Nieuwenhuizen benadrukt dat alle verkeersdeelnemers, dus ook fietsers, hun aandacht op de weg moeten houden en niet op het scherm van hun telefoon. De slogan achter de campagne is: "Laat je telefoon lekker zitten en hou 95 euro in je zak."

Alle mobiele elektronische apparaten
De politie heeft aangekondigd dat er vanaf maandag bij overtreding meteen wordt bekeurd. Het verbod geldt alleen als de fiets in beweging is. Iemand die bijvoorbeeld stilstaat voor een verkeerslicht, mag de telefoon wel vasthouden. In de regels wordt gesproken over een "mobiel elektronisch apparaat", dus ook tablets, muziekspelers en camera's zijn verboden.

Dat laatste geldt vanaf 1 juli ook voor andere verkeersdeelnemers: ook automobilisten mogen vanaf maandag niet alleen geen telefoon in hun hand hebben, maar ook geen andere apparaten. Als het mobiele apparaat in een houder zit, mag het weer wel.

Ook trambestuurders
Volgens de nieuwe regels kunnen voortaan ook bestuurders van trams een boete krijgen als ze een mobieltje gebruiken. Het bedrag is even hoog als voor automobilisten: 240 euro. Voor bestuurders van brom- en snorfietsen is de boete 160 euro.

De extra aandacht voor de veranderingen is onderdeel van een al langer lopende campagne, die bestuurders wijst op het gevaar van afleiding in het verkeer.

Bron: www.nos.nl


‘Maak LHBTI-acceptatie verplicht onderwerp op alle docentenopleidingen’

13-04-2019 | De Tweede Kamer wil dat vaardigheden om LHBTI-acceptatie te bevorderen een verplicht onderwerp worden op alle docentenopleidingen. De Kamer stemde op 9 april voor een motie met die strekking van Kirsten van den Hul (PvdA) en Lisa Westerveld (GroenLinks).

Acht politieke partijen beloofden in COC’s Regenboog Stembusakkoord om te zorgen voor verplichte aandacht op alle docentenopleidingen.

Op dit moment zijn vaardigheden om LHBTI-acceptatie te bevorderen alleen verplicht op pabo’s en tweedegraads docentenopleidingen. Het COC wil dat er ook op eerstegraads docentenopleidingen, universitaire docentenopleidingen (ulo’s) en in bijscholingstrajecten aandacht komt voor dit onderwerp. De Tweede de Kamer sluit zich daar nu bij aan.

Na een jarenlange lobby van het COC zijn lagere- en middelbare scholen sinds 2012 verplicht om LHBTI-acceptatie te bevorderen. Docenten leren in hun opleiding echter niet hoe ze dat het best kunnen aanpakken. Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de lessen over dit onderwerp te wensen overlaat. Om daar verbetering in te brengen, pleit het COC voor verplichte aandacht op alle docentenopleidingen.

De motie van PvdA en GroenLinks vraagt de regering om zich in te zetten voor verplichte aandacht op alle opleidingen die hier nu nog niets mee doen. Minister Van Engelshoven (Onderwijs) was daar aanvankelijk tegen, omdat het curriculum van docentenopleidingen volgens haar te vol zou zijn. De Kamer was het daar niet mee eens en stemde dinsdag toch vóór verplichte aandacht op alle docentenopleidingen.

De Kamer stemde op 9 april ook voor een voorstel van GroenLinks en PvdA om in onderzoeken naar veiligheid op school meer aandacht te besteden aan de positie van transgender scholieren en om transgender scholieren beter te ondersteunen. Uit andere onderzoeken blijkt dat transgender jongeren in het algemeen veel vaker slachtoffer zijn van pesten en geweld dan andere jongeren.

Bron: www.coc.nl


Duitsland wil verbod op 'genezen' van homoseksualiteit

15-02-2019 | De Duitse regering wil een verbod op omstreden therapieën die claimen dat mensen erdoor van homoseksualiteit worden genezen. "Homoseksualiteit is geen ziekte en daarom is daartegen ook geen therapie nodig", zei minister Jens Spahn van Volksgezondheid tegen de krant Tageszeitung.

De sociaaldemocratische minister van Justitie, Katarina Barley, sloot zich aan bij de woorden van de christendemocraat Spahn. Ze zei dat homoseksualiteit net zo gewoon is als de seksualiteit van hetero's. Ze noemde therapieën tegen homoseksualiteit "in strijd met de menswaardigheid".

Barley zei dat ze met Spahn gaat bespreken hoe het verbod op de therapieën vorm moet krijgen.

Nederlandse jeugdartsen
in Nederland speelt de discussie over zulke 'genezingstherapieën' ook. D66 en de Vereniging van Jeugdartsen pleitten deze week voor onderzoek door het kabinet naar omstreden behandelingen voor jonge homo's.

Mochten die behandelingen zo schadelijk zijn als wordt gedacht, dan behoort een verbod wat D66 betreft tot de mogelijkheden.

Extreme eenzaamheid
Ook jeugdartsen maken zich grote zorgen. Ze wijzen op schadelijke effecten van de therapieën omdat die suggereren dat iemand ziek is. "Dat is niet alleen discriminerend, maar kan ook leiden tot extreme eenzaamheid en verdriet bij jongeren die worstelen met hun geaardheid. Dit is een vorm van kwakzalverij die wettelijk verboden zou moeten worden", zei Jeanne-Marie Hament van de vereniging van jeugdartsen in Nederland.

Bron: www.nos.nl


‘Nashville-verklaring schadelijk voor christelijke LHBT’s’

10-01-2019 | Christelijke LHBT+-organisaties die samen werken in de LCC Plus Projecten* zijn verbijsterd over de Nashville-verklaring en vooral bezorgd over het schadelijk effect er van op christelijke LHBT’s in de kring van de predikanten die de verklaring ondertekend hebben. Zij roepen daarom alle kerkgenootschappen op afstand te nemen van de Nashville-verklaring.

In het eerste weekend van januari zetten 250 orthodox-protestantse predikanten en politici hun handtekening onder de Nederlandse vertaling van de zogenaamde Nashville-verklaring. De verklaring verzet zich tegen een verdere acceptatie van homoseksualiteit en genderidentiteit in de kerken.

Streep door de rekening van proces van dialoog en gesprek
In de afgelopen tien jaar is vanuit de LCC Plus Projecten hard gewerkt aan de sociale acceptatie van LHBT’s in christelijke kring. Met name de christelijke orthodoxie was en is daarin speerpunt van aandacht.

Gert-Jan van Leeuwen, voorzitter van ChristenQueer en van de stuurgroep van de LCC Plus Projecten: “We hebben goede stappen kunnen zetten in de afgelopen jaren. Uitgangspunt is pastorale sensitiviteit en veiligheid voor LHBT’s in hun eigen kerken en gemeenschappen. De verklaring is slechts een opsomming van overtuigingen en lijkt aan de gewonnen ruimte voor LHBT’s volledig voor bij te gaan. Het is eerder een stap terug, die het voortgaande gesprek schaadt.”

De stuurgroep van de LCC Plus Projecten is verbijsterd over de verklaring, maar benadrukt dat het de hand blijft uitstrekken naar kerken en gemeenschappen waarin de thema’s van seksuele oriëntatie en genderidentiteit ingewikkeld liggen.

Zorg over LHBT’s in orthodox-christelijke kring
De grootste zorg van de vertegenwoordigers van de LCC Plus-organisaties ligt bij het effect van de verklaring op LHBT’s in orthodox-christelijke kring.

Kees Goedegebuur, bestuurslid van het LKP en stuurgroepslid: “Jongeren die het al moeilijk hebben met hun gevoelens, zijn niet geholpen met een verklaring als deze. Het jaagt hen eerder de kast weer in. We weten van de ernstige schade van de isolatie waarin zij terechtkomen en van het hoge percentage van LHBT-jongeren in deze kring die denken aan suïcide.”

Zomaar weggaan uit een dergelijke gemeenschap is vaak geen of een moeilijke optie, omdat het ook een breuk met de sociale omgeving kan betekenen.

Oproep aan de kerken
De LCC Plus-organisaties roepen alle kerkgenootschappen op afstand te nemen van de verklaring en zich met de ondertekenende predikanten te onderhouden over deze actie. Een uiterst schadelijke verklaring als deze kan in de kerken zelf niet onweersproken blijven.

*LCC Plus-organisaties – LCC Plus is een alliantie van christelijke LHBT+-organisaties die projecten uitvoeren ten behoeve van de sociale acceptatie van LHBT+-personen in christelijke kring. De organisaties voeren, in verschillende samenstellingen sinds 2008 projecten uit, ondersteund door het ministerie van OCW. Publieksverslagen van de verschillende projectperioden zijn beschikbaar. Meer info: LCCProjecten.nl.

Bron: www.coc.nl


Watch Nederland - Aandacht voor jongensslachtoffers

13-01-2018 | Meisjes hebben hulp nodig, jongens redden zich wel. Dit oude denken maakt dat de focus in Nederland de afgelopen decennia heeft gelegen op de meisjesslachtoffers van gedwongen prostitutie. Gevolg: te weinig kennis over jongens die in handen vallen van een mensenhandelaar en onkunde in hoe we hen kunnen helpen. Tijd voor verandering.

‘Het is heel treurig, maar wat er over jongensprostitutie te vinden was, was gebaseerd op één enkele casus’, vertelt Daniëlle van Went, zorgcoördinator mensenhandel en (jeugd)prostitutie van het expertisecentrum mensenhandel Lumens in Brabant. In opdracht van meerdere partijen doet Van Went onderzoek naar jongensprostitutie in Nederland. Haar missie: de doelgroep in beeld brengen en beoordelen of er in Nederland passend zorgaanbod is voor deze slachtoffers.

Van Went stak het afgelopen jaar veel energie in online contact, via chatboxen en websites gericht op homoseksuelen. Daar liet ze weten wie ze was en dat ze graag in gesprek wilde. Van Went: ‘Ik kreeg heel veel afwijzingen, maar er waren ook jongens die wél wilden praten. En ik kreeg tips: je zou eens op die plek moeten gaan kijken. Dat ben ik gaan doen. Ik ben het hele land afgereisd om gesprekken te voeren en om de aangegeven plekken te bezoeken, van café tot straathoek tot homo-ontmoetingsplekken in het bos.’ Uiteindelijk sprak Van Went zo’n vijftig jongens die zichzelf (gedwongen) prostitueerden. Slechts een fractie van het werkelijke aantal, vermoedt ze. ‘Ik ben bang dat het een heel grote groep is, maar hoe groot weet niemand. Er is nog zo veel onder de oppervlakte, ook vanwege al die taboes die er rondom dit onderwerp spelen (zie kader, red.). Bijna iedere betrokkene is erbij gebaat om deze foute wereld verborgen te houden. Dat vind ik nog het meest enge. Je weet niet tegen wie je het opneemt, omdat iedereen elkaar afschermt. Het is zo schimmig. Ik heb er rondgelopen, op die vieze bosplekken langs tankstations, tussen de condooms en tissues door, over de ingesleten paadjes naar dichte bebossing. En dan zie je daar een man lopen met een jongetje, duidelijk geen vader en zoon. Als je dan gaat rondvragen wordt er alleen maar gelachen. Niemand zegt iets. De slachtoffers zelf zijn ook goed geïnstrueerd. Wanneer je ze vraagt wat ze daar in die bosjes doen, zeggen ze dat ze gewoon een rondje aan het lopen zijn.’

Frank Noteboom van het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel wil dit jaar van gedwongen jongensprostitutie een speerpunt maken. Hij noemt hierbij ook de verantwoordelijkheid van de klant als een belangrijke sleutel tot het ontsluiten van kennis. ‘Het gaat vaak ook gewoon om huisvaders die niet in de openbaarheid willen brengen dat ze seks met jongens hebben, zelfs al wéten ze dat er uitbuiting plaatsvindt. Zij willen koste wat het kost dat het uit de openbaarheid blijft. Het is echter belangrijk dat zij deze misstanden gaan melden, bijvoorbeeld anoniem.’

Sugardaddy
Tijdens haar onderzoek naar jongensprostitutie heeft Van Went weinig gemene delers kunnen ontdekken als het gaat om de slachtoffers. ‘Vanuit de literatuur dacht ik altijd dat het vaak om buitenlandse jongens gaat, maar in de praktijk zie ik dat niet terug. Zelfs niet dat ze uit een bepaald milieu komen.’ Ook de manier waarop jongens in de (gedwongen) prostitutie terechtkomen wisselt. ‘Er zijn er die iemand pijpen voor een tientje en een pakje shag’, weet Van Went. ‘Dat doen ze dan een paar keer omdat het makkelijk is en voor ze het weten raken ze verstrikt in de prostitutie. Maar ik hoor ook verhalen van jongens die door hun zogenaamde vriendje in het werk zijn gebracht onder het mom van: samen verdienen we meer. Tja, en dan gaat die “relatie” uit, maar zit zo’n jongen wel midden in een prostitutienetwerk.’

Noteboom noemt ook de sugardaddy-constructies. ‘Jonge jongens die worstelen met hun seksuele identiteit gaan vaak via internet op zoek naar informatie en contacten. Deze jongens worden soms ook gecontacteerd door oudere mannen die hen ‘wegwijs’ maken in het wereldje. Zo’n man neemt dan zo’n jongen onder zijn hoede, isoleert hem, verstrekt in sommige gevallen financiële middelen en leent de jongen, vrijwillig of onvrijwillig, uit aan vrienden dan wel klanten. Dit is niet alleen gericht op geld, maar kan ook gericht zijn op het verhogen van de status van de oudere man binnen de gemeenschap.’
Het is overigens een fabel dat alleen homo- en biseksuele jongens in de prostitutie zitten, benadrukt Noteboom. ‘Het gaat ook vaak genoeg om heterojongens die bijvoorbeeld onder druk worden gezet met seksueel expliciet materiaal of in de schulden zitten en/of verslaafd zijn. Denk bijvoorbeeld aan jongeren die dak- en thuisloos zijn, een groeiende groep in Nederland. Hoe komen zij aan hun geld? En de transgenders. Bij uitstek een groep die te maken heeft met dwang en geweld en waar nog heel weinig over bekend is, terwijl we weten dat ze actief zijn in legale en illegale prostitutie.’

De enige gemene deler die Van Went ontdekte is meteen een heel schokkende: de leeftijd van de jongens. Schrikbarend jong. Van Went: ‘Als ik online zo’n chat binnenstap, krijg ik bijna onmiddellijk de vraag hoe oud ik ze wil hebben. “Ik kan leveren van tien tot zeventien jaar”, wordt er dan gezegd. Er zijn dus mensen die toegang hebben tot deze jonge kinderen. En er is een markt voor: “Papa zoekt zoon” lees ik in de online advertentieteksten. Ik heb jongens van dertien, veertien jaar gesproken die seks moesten hebben met volwassen mannen. Niemand zei ooit tegen hen dat ze te jong waren. Het is treurig dat zo weinig mensen hun verantwoordelijkheid nemen.’

Dreiging en geweld
Uit het wereldje van jongensprostitutie stappen is lastig, zeggen Noteboom en Van Went. Noteboom: ‘We weten dat dit fenomeen met veel dreiging gepaard kan gaan, bijvoorbeeld door ze te chanteren met seksueel expliciet materiaal.’ Een ander groot probleem is dat veel jongens zichzelf niet als slachtoffer zien. Van Went: ‘Het wereldje is klein, iedereen kent elkaar. Er is altijd controle, van alle kanten. Maar de slachtoffers zelf zeggen ook – en dat vind ik nog het meest schrijnend: wie ziet ons nu als slachtoffer? Meisjes zijn slachtoffers, jongens niet. Ze voelen zich niet erkend, denken dat niemand zich om hen bekommert. Daarnaast geven ze zichzelf vaak de schuld van de situatie, omdat ze in eerste instantie meestal zelf hebben toegestemd. Alles bij elkaar maakt dat ze niet met hun verhaal naar buiten komen. Ze leven in een verborgen wereld, psychisch hebben ze het enorm zwaar. Ze zijn bang, schamen zich, gaan twijfelen aan hun eigen geaardheid en gebruiken in veel gevallen drugs om hun ‘werk’ te kunnen doen: “Ik neem het middel in en ga op mijn buik liggen tot het klaar is” – hoe vaak ik dat niet gehoord heb… Het geld dat ze verdienen hebben ze weer nodig om nieuwe drugs te kopen; ook weer zo’n vicieuze cirkel waar ze maar moeilijk uit komen.’ Sommige jongens weten eruit te komen door zelf te gaan ronselen, vertelt de onderzoekster, anderen die ermee stoppen worden ernstig bedreigd en vaak nog tijdenlang benaderd.

Maar het ligt niet alleen bij de jongens zelf. Ook de hulpverlening hapert. Van Went: ‘Nu hoor ik nog vaak: “Ik meld me en dan?” Er gebeurt te weinig. Het ontbreekt ons in Nederland aan een laagdrempelig en effectief hulpaanbod voor deze jongens. Pas als we dat hebben, zullen deze jongens zich gaan melden.’ ‘We moeten kennis en expertise rondom deze groep slachtoffers ontwikkelen’, beaamt Noteboom. ‘Met een kopie van de aanpak van loverboyproblematiek bij meiden ben je er niet. Het gaat hier om een heel andere groep, met eigen problemen en noden. We moeten een andere bril opzetten, ook richting de jongens zelf. We dichten ze nu nog veel te veel empowerment toe. Het wordt tijd dat we ze gaan zien als jongens die hulp nodig hebben, als slachtoffers.’

‘Een andere bril én een andere aanpak’, zegt Van Went: ‘Hulpverleners moeten het veld in. Van die stoel af en gáán. Anders bereik je deze jongens niet. Online moet je weten waar te zijn, want daar worden de seksafspraken veelal gemaakt, maar de uiteindelijke seks wordt in de werkelijke wereld bedreven. We moeten op zoek naar de plekken waar de uitbuiting plaatsvindt, zoals homo-ontmoetingsplekken, bosplekken langs tankstations en noem maar op. Als hulpverlener moet je contact maken met slachtoffers. Jongens die uit dit wereldje willen stappen, moeten kunnen praten met iemand die kennis van zaken heeft. Iemand die hen beschermt. En ja, die benadering kost tijd. Voordat je überhaupt het vertrouwen hebt gewonnen van zo’n jongen ben je een halfjaar verder. Het geldt hier op alle fronten: als we een verandering teweeg willen brengen, moeten we investeren, investeren, investeren.’

Jongensprostitutie: omgeven door taboes
Gedwongen jongensprostitutie is omgeven door een mix van grote taboes. Deze taboes zorgen ervoor dat slechts weinigen (zowel slachtoffers als klanten) erover durven te praten:

– Homoseksualiteit
– Slachtofferschap jongens
– Seks voor geld
– Als heterojongen seks hebben met mannen
– Als huisvader seks hebben met jongens
– Perversiteit bekend binnen deze scene (vastbinden, groepsseks, seks met dieren)
– Slachtoffers met islamitische achtergrond, cultuurtaboe

Meer informatie en bron: www.watchnederland.nl


Landelijke campagne moet taboe op depressie wegnemen

29-09-2016 | Maar liefst 1 op de 20 Nederlanders worstelen elk jaar met een depressie. Het is in Nederland de meest voorkomende reden voor ziekteverzuim. Toch is depressie niet of nauwelijks een onderwerp van gesprek. Mensen weten er weinig van, vinden het lastig om er op te reageren en weten niet hoe ze iemand met een depressie kunnen helpen. Dat moet anders. Daarom start minister Edith Schippers (VWS) morgen een landelijke publiekscampagne om depressie bespreekbaar te maken en de kennis erover te vergroten. Morgen geeft Schippers samen met de voorzitter van de Mental Health Foundation, Bram Bakker en met medewerking van Mike Boddé in Bussum het officiële startsein. De campagne zal meerdere jaren duren.

Minister Edith Schippers: “We willen en moeten mensen met een depressie helpen. Maar veel mensen herkennen een depressie niet. Bij zichzelf niet en ook niet bij een ander. Over psychische problemen praten is voor veel mensen ook moeilijk. Terwijl dat cruciaal is. En het is vaak de eerste stap naar hulp”.

Doelgroep
De campagne die onder meer samen met de Mental Health Foundation is ontwikkeld, richt zich op het algemene publiek. Dit gebeurt door middel van landelijke tv-spotjes en acties op social media met de slogan ‘Herken de signalen en praat erover’. Daarnaast focust de campagne in het eerste jaar nadrukkelijk op jongeren (13-18 jaar) en jonge vrouwen (18-35 jaar). De statistieken laten namelijk zien dat jongeren en (jonge) vrouwen tot de groepen behoren waarbij depressies veel vaker voor komen.

Website
Op de website www.omgaanmetdepressie.nl kunnen mensen meer informatie over depressie en de campagne vinden. Ook kan men daar terecht voor tips om depressie te voorkomen. Voor meer specifieke (hulp)vragen over depressie kan men contact opnemen met organisaties die bij de website zijn aangesloten.

Bron: rijksoverheid.nl


wat is sexting?

17-02-2016 | Sexting is een begrip dat nog niet zo lang gebruikt wordt. De term sexting is een combinatie van de Engelse woorden 'sex' (seks) en 'texting' (sms'jes verzenden). Sexting is het verzenden (en ontvangen) van seksueel getinte beelden of tekstberichten door middel van een mobiele telefoon of internetapplicaties zoals WhatsApp, Facebook, YouTube, Instagram en Twitter. De risico's van sexting zijn letterlijk grenzeloos.

Sexting is spannend, leuk en gevaarlijk tegelijk
Als sexting beelden door anderen verspreid worden zijn de gevolgen niet te overzien. Precies op dit punt ontstaat de problematiek rondom sexting. Zolang de beelden binnen een gelijkwaardige relatie uitgewisseld worden en daar blijven, lopen verzender en ontvanger weinig risico en kan het zelfs ervaren worden als een meerwaarde voor de relatie. Het wordt een ander verhaal als die sexy foto of dat pikante filmpje van jou door anderen verspreid wordt via social media. Waarschijnlijk is dit beeldmateriaal in vertrouwen verstuurd en zonder toestemming openbaar gemaakt. Degene die te zien is op de sexting beelden verliest er de controle over. Dit kan grote gevolgen hebben. Denk maar aan (cyber)pesten, ernstig persoonlijk leed, schooluitval, schaamte, problemen bij het vinden van een baan, angst, onzekerheid en in sommige gevallen neiging tot zelfdoding. Daarnaast verkeer je als geportretteerde in een chantabele positie wat je nog kwetsbaarder maakt.

Versturen en verspreiden van sexting beelden
Voordat we massaal gebruik maakten van smartphones, werden vooral seksueel getinte tekstberichtjes verstuurd. Maar nu in 2014 zijn sexy foto's of filmpjes vaak onderdeel van sexting. De opkomst van de smartphone maakt het makkelijk om sexy beelden te verzenden en ontvangen. Naast de smartphone worden computers en laptops ook vaak gebruikt, om sexy beelden te maken en te versturen. Dat versturen gaat dan via allerlei internetapplicaties (apps). Een voorbeeld van internetapplicaties die gebruikt worden zijn smartphone apps zoals WhatsApp, Ping en Tinder of sociale netwerksites zoals Facebook, YouTube, Instagram en Twitter. Ook het hebben van 'virtuele seks' via bijvoorbeeld Skype valt onder de term sexting. Deze optelsom kan samengevat worden onder de term social media, wat een verzamelnaam is voor internettoepassingen waarmee informatie uitgewisseld kan worden.

Jongeren en social media
Social media is erg belangrijk voor jongeren. Zo benoemt Prof. Dr. Leo Van Audenhove, Directeur Mediawijs.be, het belang van social media voor jongeren. Via social media communiceren ze, kunnen ze zich op een creatieve wijze uitdrukken en ontwikkelen ze hiermee een eigen online- en offline- identiteit. 'Het heeft weinig zin hier een verbiedende houding aan te nemen. Omgaan met sociale media leert jongeren immers op een speelse wijze omspringen met media in de brede zin van het woord. Bovendien werken ze op deze manier aan ruimere computer- en mediacompetenties die ze nodig hebben in hun opleiding, hun beroepstraject en hun sociale leven' (Walrave & Van Ouytsel, 2014, p.6). Begeleiding van jongeren door docenten, ouders, jeugdwerkers en andere opvoeders bij het ontdekken en gebruiken van social media is belangrijk. Zij hebben een belangrijke taak om jongeren mediawijs te maken.

Bron: www.onuitwisbaar.nu